seks

Home
Massage
Email
Haptonomie
Luisterlessen
Thema's
Hier doet het pijn
Ontspandag
Disclaimer
Reuma en seksualiteit
Inleiding

Als je op een bepaald moment in je leven te maken krijgt met een ziekte als reuma of andere chronische aandoening, kan dat vele gevolgen hebben. Op allerlei gebieden zul je dingen anders moeten gaan doen dan vroeger. Was je vroeger gewend om sportief op vakantie te gaan, veel te zwemmen en lange wandelingen te maken, dan zal er in de toekomst iets rustigers gezocht moeten worden. Mensen die de gewoonte hebben om in een hoog tempo te werken, merken al gauw dat dit niet goed gaat. Er moet een andere werkindeling komen, met meer gelegenheid tot uitrusten. Het duurt meestal een hele tijd voor je een beetje je weg gevonden hebt in deze situatie.

Behalve voor jezelf verandert er ook veel voor degenen waar je je leven mee deelt: de partner en de gezinsleden. Zij moeten eraan wennen dat je pijn hebt en dat je wat minder kracht en uithoudingsvermogen hebt. Misschien zullen ze meer van je moeten overnemen en meer rekening met je moeten houden dan vroeger. Ze zullen daar niet altijd zin in hebben en hierdoor kunnen spanningen ontstaan.

In deze tekst gaat het over ťťn aspect van het leven: de seksualiteit. Voor welke problemen komen jij en je partner zoal te staan? Hoe kun je deze problemen aanpakken?

Omdat de nadruk valt op de seksualiteit zou de indruk gewekt kunnen worden dat dit een heel apart, technisch gebied is dat los staat van de verdere relatie met je partner. Zo is het echter niet bedoeld. Natuurlijk maakt het seksuele leven met de partner deel uit van de relatie die je met hem/haar hebt. Deze relatie omvat veel meer dan alleen seksualiteit: je praat samen, lacht samen, draagt samen de verantwoordelijkheid voor het huis, voor de kinderen als je die hebt, enzovoort. Daarbij heb je ook nog de mogelijkheid tot het lichamelijk uitdrukken van tederheid en intimiteit: de seksualiteit.
Juist omdat de lichamelijkheid zo'n grote rol speelt in de seksualiteit, kunnen er problemen op dit gebied komen als ťťn van de twee een chronische ziekte krijgt.

Enige tijd geleden is een onderzoek gedaan onder een groot aantal reumapatiŽnten. Er deden 188 mensen mee, waarvan er 122 aan chronisch gewrichtsreuma en 66 aan de ziekte van Bechterew (een chronische rugziekte) leden. De deelnemers konden, als ze dat wilden, iets vertellen over hun ervaringen op seksueel gebied; ook de manier waarop zij hun problemen aanpakten kon aan de orde komen.

Er is getracht om de opmerkingen die deze mensen maakten te bundelen en het resultaat daarvan ligt voor je. Je zult merken dat in de eerste twee hoofdstukken de nadruk ligt op verschillende problemen die je kunt ervaren als je een chronische ziekte hebt.

In het derde hoofdstuk wordt aandacht besteed aan de moeilijkheden die de partner van de zieke kan hebben. In het vierde hoofdstuk worden de oplossingen besproken die de geŽnquÍteerden voor deze problemen hadden gevonden. Het onderzoek beperkte zich tot patiŽnten die een heteroseksuele partner hadden. Het feit dat alleenstaanden en patiŽnten met een homoseksuele partner niet aan de orde komen betekent niet dat deze mensen geen problemen hebben, integendeel. De seksuele problemen van deze groepen lagen op het moment van onderzoek zo in de taboesfeer dat systematisch onderzoek niet mogelijk bleek.

In het vijfde hoofdstuk is een kort verslag toegevoegd van onderzoek dat bekend werd na de 6e herdruk.

Lichamelijke aspecten
Chronisch gewrichtsreuma is - medisch gezien - een chronisch
ontstekingsproces dat kan optreden in een of meer gewrichten. Dit kan gepaard gaan met bepaalde veranderingen in het bloed; op den duur kunnen er vergroeiingen aan de gewrichten ontstaan.

Voor jou, die de ziekte heeft, betekent dit dat je in je lichaam een aantal gewaarwordingen voelt die er vroeger niet waren. Zo heb je in meerdere of mindere mate last van pijn. Een
ontstoken gewricht is een pijnlijk gewricht en je merkt dat als je je beweegt. Perioden waarin je maar weinig pijn hebt wisselen af met perioden waarin de pijn heel hinderlijk kan
zijn. De ziekte is grillig en vaak weet je zelf niet waarom je je de ene dag slecht voelt, terwijl het de volgende dag weer redelijk gaat.

Pijn
Op de meeste mensen werkt pijn als een rem: als je pijn hebt, heb je genoeg aan jezelf en zie je tegen allerlei bezigheden op. Eigenlijk heb je nergens zin in en soms kun je ook weinig hebben van anderen. Is het een wonder dat je geen zin hebt in seksueel samenzijn op de dagen dat de pijn echt erg is? Een vrouw zei hierover: "Het is zo dat ik vaak pijn heb en dan heb ik geen zin in seks. Als ik echt zo'n pijnaanval heb, dan moet ik er niet aan denken dat mijn man aan mij komt. Gelukkig komen ze de laatste tijd niet zo vaak voor, die aanvallen."

En een man merkt naar aanleiding van het pijnprobleem het volgende op: "Ik heb wel erge pijnaanvallen gehad, van seks kwam dan niks. Gelukkig had mijn vrouw daar begrip voor." Ook het gevoel van stijfheid kan echt hinderlijk zijn, vooral in de eerste uren van de dag. Als je voorheen gewend was om je seksualiteit in de ochtend te beleven, kan dat nu bezwaarlijk zijn.

Moeheid
Een andere klacht die bij veel reumapatiŽnten, en andere chronisch zieken, voorkomt is het gevoel van moeheid. Je merkt dat je sneller dan vroeger vermoeid raakt bij je dagelijkse bezigheden. Als je moe bent is de zin in seks minder. Een vrouw zei hierover het volgende: "Problemen zijn er als ik veel last heb doordat ik me druk heb gemaakt. Als ik bijvoorbeeld naar de polikliniek ben geweest en dan vlug ook nog een boodschapje doe, dan ben ik te moe, ook nog als ik 's avonds naar bed ga".

Ze vertelt ook nog iets over de aanpak van dit probleem: "Ik bepraat dat met mijn man en onze oplossing is dan: gewoon uitstellen. Als ik de volgende dag zeg: 'We gaan vroeg naar bed: weet hij dat het weer kan".

Misschien zul je zelf ook gemerkt hebben dat je, als je het overdag druk hebt gehad, minder behoefte hebt aan liefkozingen. Meer dan vroeger zul je er van tevoren rekening mee moeten houden. Als je van plan bent om seksueel contact te hebben met je partner, doe het dan in de loop van de dag rustig aan, neem niet te veel hooi op je vork, anders komt er hoogstwaarschijnlijk niets van terecht. Klachten als pijn, stijfheid en moeheid verminderen het seksueel verlangen. Gelukkig niet voor altijd: de behoefte aan seks is niet blijvend verminderd, maar wel minder op de momenten dat je je echt pijnlijk, stijf of moe voelt.

Als je de ziekte nog maar korte tijd hebt, moet je er nog erg aan wennen dat je minder kunt, dat je sneller moe bent en soms zomaar pijn krijgt. Veel activiteiten kun je niet meer op dezelfde manier doen als vroeger en dat merk je ook op seksueel gebied. Het kan zijn dat het vrijen in de houding die jij en je partner gewend waren vrij moeizaam gaat. Het kan ook zijn dat je het op zich wel fijn vindt om te vrijen, maar niet zo vaak meer als vůůr je reuma had. Ook kan het gebeuren dat je tijdens het seksuele spel pijn krijgt of moe wordt. Omdat je partner dezelfde verlangens heeft als voorheen (hij/zij voelt zich immers even gezond als vroeger) kan hier een probleem ontstaan. Je partner verlangt naar lichamelijke intimiteit
zoals voorheen, maar jij voelt aan jezelf dat je het vandaag niet kunt opbrengen (en als je je morgen weer zo pijnlijk en stijf voelt, kan het dan ook niet). Een man zei hierover: "De eerste jaren van mijn reuma zijn op seksueel gebied erg moeilijk geweest. Langzamerhand hebben mijn vrouw en ik ons aan elkaar aangepast. Maar we hebben alles zelf moeten oplossen en dat is gebeurd met vallen en opstaan."

Een vrouw van 28 jaar, waar het nu erg goed mee gaat (maar die een moeilijke periode achter de rug heeft) zei: "In het begin voelde ik me zo akelig, ik had nergens zin in. Niet in mijn huishouden, niet in mijn kinderen en helemaal niet om met mijn man naar bed te gaan. Wij deden het altijd zo dat ik onder lag en hij bovenop me. Als ik eraan dacht dat hij met zijn gewicht op mijn pijnlijke heup drukte, was ik al geweest. Hij begreep best dat het geen pretje voor me was en een paar maanden leefden we met elkaar zonder seks. Toch merkte ik dat het hem dwars zat, maar ik wist niet wat ik er aan moest doen. Weet je wat er toen gebeurde? Op een avond hadden we oppas, mijn man en ik zouden naar de film gaan. Toen we buiten waren zei hij: "Weetje wat we doen, we gaan naar een pornofilm." "Een pornofilm?" zei ik en ik voelde me erg onwennig. "Ja," zei hij, "op de gewone manier gaat het niet en helemaal zonder kan het op den duur ook niet; daarom moesten we maar eens gaan kijken wat er allemaal nog meer te koop is." Ik moest toegeven dat hij gelijk had. We zijn naar de film gegaan en hebben daar veel dingen gezien waar we het bestaan niet van wisten. Geleidelijk aan hebben we ook wat uitgeprobeerd: zo hebben we bijvoorbeeld gemerkt dat het op z'n hondjes (man benadert vrouw langs achteren) voor mij met mijn zere heup veel gemakkelijker was dan langs voren. Mijn man en ik hebben dit zo kunnen oplossen. Nu voel ik me goed en ik kan het ook weer zoals we het vroeger deden. Sinds mijn reuma ben ik veel opener in die dingen geworden. Daarom vind ik de acties van mensen die de porno de wereld willen uitbannen kortzichtig. Reken maar dat heel wat mensen kunnen leren van dingen die ze daar zien doen."

Veel patiŽnten vertelden dat juist die eerste periode zo moeilijk kan zijn; men kan dan intens met de seksualiteit worstelen. Gelukkig blijkt het voor velen mogelijk een oplossing te vinden. Van de oplossingen die mensen voor de problemen gevonden hebben zal in hoofdstuk 4 verslag worden gedaan.

Sommigen melden een heel specifiek pijnprobleem, namelijk pijn na afloop van het vrijen. Een vrouw zei: "Misschien kunnen ze iets doen aan de pijn erna. Zodat je niet meer hoeft te denken: "dan maar liever niet", "omdat je opziet tegen de pijn erna." Een andere vrouw zei naar aanleiding van het onderzoek: "Er is geen vraag over pijn na het vrijen. Wat kun je eraan doen? Na de seks verrek ik van de pijn. Ik vind seksuele gemeenschap best fijn, maar als je daarna moet boeten... Dat mis ik in die lijst. Na het vrijen kan ik niet slapen, je ribbenkast doet pijn. Dat ze iets uitvinden voor de pijn erna."
Een vrouw, ditmaal een patiŽnte die de ziekte van Bechterew heeft (een chronische rugziekte), zei over het pijnprobleem: "Doordat ik zoveel last heb van mijn wervels en van mijn heupgewricht krijg ik tijdens de gemeenschap vaak een pijnscheut, waardoor het orgasme niet doorgaat."
Een andere vrouw zei hierover: "Omdat de gemeenschap zo pijnlijk is voor mij, lossen mijn man en ik dit op door seksueel contact te hebben zonder gemeenschap. We gebruiken onze handen ( masturberen, vingerneuken en aftrekken ) of we bevredigen elkaar met de mond ( pijpen en beffen)."

Psychische aspecten
Natuurlijk is seksualiteit iets waarbij je lichamelijk erg bij elkaar betrokken bent. Maar je psychische instelling speelt ook een rol. Voor de meeste mensen is het zo dat ze fijner seksueel contact hebben met hun partner op momenten dat ze zich prettig gestemd voelen, dan wanneer ze in een terneergeslagen, verdrietige stemming zijn. Als je in een nare stemming bent (je voelt je depressief, teleurgesteld of je hebt het gevoel dat alles je tegenzit) heb je meestal geen zin om actief te zijn en je in te zetten. Ook de zin in seks is in zo'n stemming meestal niet groot. Dat geldt voor gezonde mensen net zo zeer als voor mensen met een ziekte.

Maar als je een ziekte als reuma hebt, krijg je behalve de lichamelijke klachten ook verder nogal wat te verstouwen. Je merkt dat je minder kunt doen, dat werkzaamheden je sneller vermoeien en dat je vaker hulp nodig hebt dan anderen. Sommige vroegere bezigheden zijn te zwaar en die kun je nu niet meer doen. Als je bijvoorbeeld werk gedaan hebt dat lichamelijk vrij veel van je vraagt, en je merkt dat je dit op den duur niet kunt volhouden, kan dat een slag betekenen. Je werk is je te zwaar geworden, maar wat moet je dan gaan doen?

Depressie
Vrouwen die zich bezighouden met de verzorging van huishouding en gezin krijgen vaak ook met iets dergelijks te maken. Vroeger deden ze de huishouding alleen en konden alles naar eigen inzicht doen. Nu zijn bepaalde handelingen te zwaar en raken ze dus aangewezen op hulp. Maar soms moet je lang wachten tot je huisgenoot tijd heeft om te helpen. En hoe vervelend is het niet als je moet toezien hoe de ander iets opknapt wat je zelf niet meer kunt?

Dit soort ervaringen kan heel moeilijk te verwerken zijn. Het kan gebeuren dat je erdoor in een matte, verdrietige stemming raakt. Op zo'n moment lijkt alles uitzichtloos, je ziet er geen gat in en weet ook niet hoe je iets aan de situatie kunt veranderen.
Meestal heb je als je in zo'n stemming bent, ook een gevoel van ontevredenheid over jezelf. "Het is niks met me, mij zit toch alles tegen," of: "Ik ben alleen een blok aan het been van een ander."

Het beeld dat je van jezelf hebt noemen we zelfbeeld. Als je een negatief beeld van jezelf hebt werkt dat vaak ook remmend op je seksuele verlangen.
Een man van 40 die de ziekte van Bechterew heeft, vertelde: "Ik kan er maar niet aan wennen dat ik op mijn leeftijd niet meer kan werken. Voor mijn oude werk ben ik afgekeurd, dat is te zwaar voor me, maar hoe ik ook zoek, overal stoot ik mijn neus. Ik zit dus de hele dag thuis en ik heb veel tijd om na te denken. Soms voel ik me tegenover mijn vrouw ook een nietsnut, want helpen met zwaar werk kan ik ook niet. Als ik op straat loop zeggen buren en kennissen wel eens: "Hallo, hoe is het, nog steeds in de ziektewet, zie ik?" Meestal bedoelen ze het goed, maar het is op zo'n moment voor mij verschrikkelijk. Je
begrijpt wel dat ik niet aan seksualiteit toekom. Ik zou het wel kunnen, lichamelijk bedoel ik, maar ik heb er geen moed voor."

Verandering van het lichaam door medicijngebruik
Als je aan reuma of de ziekte van Bechterew lijdt is het in vele gevallen nodig om medicijnen te slikken. Gelukkig hebben de meeste medicijnen niet zoveel bijwerkingen, maar er zijn er ook die op den duur je uiterlijk kunnen veranderen. Zo kan iemand die langere tijd prednison heeft gebruikt, dikker worden over het hele lichaam of een boller gezicht krijgen. Het kan moeilijk zijn om aan dit veranderde uiterlijk te wennen. Een vrouw van 48 die al 6 jaar prednison gebruikt, zei hierover: "Je denkt toch zeker niet dat die prednison een pretje voor me is. Ik heb het nodig, dat wel, anders verrek ik van de pijn, maar moet je zien hoe dik ik geworden ben. Mensen die niet beter weten, denken dat het van het eten komt." Ze zeggen: "Nou, jij mag ook wel wat aan de lijn gaan doen!" En dat terwijl ik haast niet eten kan. Wat voor kleren ik ook aantrek, ik zie er nooit goed uit. Doordat ik zo dik ben voel ik me seksueel geremd. Ik denk vaak dat mijn man een hekel aan me heeft. Hij heet het niet, dat weet ik eigenlijk heel goed, maar ik kan die afkeer gewoon niet kwijtraken."

Deze vrouw beschrijft dat ze om dezelfde reden ook geen initiatief meer neemt op het gebied van seks. Het is OKā als haar man toenaderingspogingen doet, maar zelf durft ze het niet. Ook deze verandering is terug te brengen tot het idee: "Ik ben onaantrekkelijk"

Verminderde potentie als gevolg van prednison
Het kan gebeuren dat een geneesmiddel als Prednison de seksuele behoefte vermindert. Aan het woord is een man van 40 die sinds 4 jaar prednison gebruikt: 'Ik heb het gevoel, dat het sinds ik medicijnen gebruik erg lang duurt voordat ik een erectie krijg. En als het eenmaal zover is, dan ben ik erg vlug klaar:

Een BechterewpatiŽnt die Butazolidin gebruikt zegt: "Volgens mij duurt de erectie bij mijzelf te kort. Er is altijd maar ťťn zaadlozing en dan is bij mij de fut eruit. Wel tracht ik er altijd voor te zorgen dat mijn vrouw er wat aan heeft. Voor mij is de belangrijkste vraag of deze moeilijkheden voortvloeien uit medicijn gebruik of dat dit iets psychisch is."

Bij Prednison komt een verminderde potentie (bij mannen) en een verminderde behoefte aan seks (bij vrouwen) relatief veel voor. Volgens de medische literatuur heeft Butazolidin dit effect niet; veel BechterewpatiŽnten die langere tijd achtereen Butazolidin gebruikten, hadden geen moeilijkheden met hun potentie. In ieder geval is het belangrijk dat je met je dokter over dergelijke onzekerheden praat.

Veel mensen die minder behoefte hebben aan seks en de oorzaak daarvan zoeken in het medicijngebruik, vinden het moeilijk om de dokter hierover iets te vragen. Toch is het belangrijk dat je het doet. Blijf niet met onzekerheden leven, maar kom gewoon met je vraag voor de dag.

In vele gevallen zullen medicijnen en zin in seks niets met elkaar te maken hebben en kun je je wat dat betreft gerustgesteld voelen. In die gevallen waar het wel met elkaar te maken heeft, is het beter om het dan maar zeker te weten, dan om lange tijd onzeker te zijn.

Ten slotte nog een opmerking van een jonge man van 20 jaar die sinds twee jaar aan de ziekte van Bechterew lijdt en juist een heel moeilijke periode achter de rug had: "Wat belangrijk is voor iemand met zo'n ziekte, is dat je je zelfvertrouwen vast kunt houden. Dat je een normaal gevoel van eigenwaarde hebt. Dat gaat niet vanzelf want je voelt je maar heel klein. Daar moet je voor knokken. Familie en vrienden kunnen je erbij helpen. Je moet je steeds realiseren dat je ondanks je mankement dezelfde persoon gebleven bent."

De situatie van de partner
Nadat we zo uitvoerig hebben gesproken over de lichamelijke en psychische factoren die bij de patiŽnt een rol spelen in het beleven van de seksualiteit, gaan we nu aandacht besteden aan de andere partij: de gezonde partner.
(We nemen nu maar aan dat deze inderdaad geen langdurige ziekte heeft; is dit wel het geval, dan is het nu volgende niet van toepassing.)

Als van een echtpaar ťťn van beiden langdurig ziek wordt, ontstaan er, vergeleken met voorheen, heel wat veranderingen. In de eerste plaats geeft de nieuwe situatie zorg, soms zelfs angst;
hoe zal de ziekte zich ontwikkelen?
op wat voor toekomst kunnen wij beiden rekenen?
wat is goed voor de zieke en wat moet hij/zij juist vermijden?
In de praktijk blijkt vaak dat de zieke een aantal verplichtingen niet meer kan volbrengen. Sommige verplichtingen zullen door anderen overgenomen moeten worden, door familie, door gezinsleden en vooral door de levenspartner. Deze krijgt er dus naast de normale bezigheden een aantal taken bij en dat vaak voor lange tijd. Een ander gevolg van het ziek zijn van de ťťn is dat deze geen grote lichamelijke inspanningen kan ondernemen (bijvoorbeeld kamperen in een tent, laat uitgaan, aan wedstrijdsport deelnemen). Dit houdt vaak in dat ook de partner deze dingen minder gaat doen. Men deed dit immers gezamenlijk en het is niet leuk om die activiteiten dan in je eentje te doen en de zieke thuis te laten. De wereld waarin men gezamenlijk leeft wordt dus wat kleiner.

Zoals we in de vorige hoofdstukken zagen, heeft degene die chronisch ziek is vaak minder mogelijkheden op het gebied van de seksualiteit dan voorheen. De partner merkt wel dat de ander pijn heeft, last van zijn of haar lichaam, en het niet kan opbrengen om seksueel contact te hebben. Doorgaans zal de partner hier begrip voor hebben, maar het feit blijft dat de partner wel zijn/haar wensen en verlangens heeft en dat hij/zij die vaak opzij zal moeten zetten terwille van de zieke. Hier komen we op een gevoelig punt. Het eigene van de seksualiteit is nu eenmaal dat het een gebeuren is waarbij je erg betrokken bent bij de ander. Het is een intensief contact, een intense ontmoeting tussen twee mensen. Als de ťťn dit om een bepaalde reden niet aankan, gaat het voor de ander meestal ook niet door. Natuurlijk kan de partner zijn of haar seksuele behoefte ontladen via zelfbevrediging. Maar voor veel mensen kan masturbatie op den duur niet die plaats in het leven innemen die seksuele intimiteit met de ander heeft.

Wat gebeurt er nu als de reuma langere tijd actief is, met alle pijn en narigheid die daarbij hoort? Van het liefdesspel komt dan hoegenaamd niets terecht. Dan kan het gebeuren dat de partner, hoe begripvol ook, geÔrriteerd raakt omdat hij zo lang achtereen zijn eigen behoeften moet onderdrukken. In het eerste hoofdstuk kwam een citaat aan de orde waarin de partner zei: "Seksueel samenzijn op de gewone manier kan niet en helemaal zonder kan op den duur ook niet." Let wel op de woorden: op den duur. Als de periode van onthouding niet te lang duurt, zal het meestal wel op te brengen zijn.

Het seksuele contact tussen twee mensen kan op een vanzelfsprekende, spontane wijze gebeuren. De ťťn laat merken dat hij of zij wel wil. De behoefte is een leidraad voor
het handelen en de ander reageert hier weer op vanuit de eigen behoefte. Een chronische ziekte kan deze spontaniteit verstoren. Een vrouw van 35 heeft reuma en de ziekte is zo actief dat de seksuele intimiteit al maanden nihil is. Soms heeft ze wel de behoefte aan een liefkozing, maar ze durft dat niet te laten merken uit angst dat ze moet weigeren als haar partner gemeenschap zou wensen. Ze zei hierover: "Mijn man doet veel voor mij en ik zou niet weten wat ik zonder hem zou moeten beginnen. Soms wil ik hem omhelzen of hem alleen maar door zijn haren strelen. Maar ik doe het nooit. Stel je voor dat hij echt zin krijgt en seks wil. Dan moet ik weer nee zeggen en dan stel ik hem weer teleur."

De chronische ziekte kan ook remmend werken op de partner. Het is begrijpelijk dat iemand die eraan gewend is geraakt zijn eigen wensen te onderdrukken, op den duur bijna niet meer naar seksuele intimiteit durft te verlangen. Een vrouw zei hierover: "Mijn man is bang dat hij mij pijn doet en in de jaren dat ik zoveel pijn had, was dat ook zo. Maar nu kan ik het best weer aan en dikwijls verlang ik ernaar. Ik laat dan duidelijk merken dat ik graag wil, en dan komt het goed, maar uit zichzelf begint hij nooit meer. En dat is voor mij als vrouw niet altijd leuk."

In een situatie waarin beiden, patiŽnt en partner, zich geremd voelen in seksueel opzicht, kan het moeilijk zijn om begrip voor elkaar te hebben. Er kan een prikkelbare stemming ontstaan die niet alleen de seksuele intimiteit maar ook het met elkaar praten verder bemoeilijkt. Vele mannen en vrouwen die aan de enquÍte deelnamen gaven aan dat ze in een bepaalde fase van de ziekte het gevoel hadden dat er een afstand gekomen was tussen hem/haar zelf en de partner. In het volgende hoofdstuk wordt besproken op welke wijze de mensen een uitweg uit deze moeilijke situatie vonden.

Hoe pak je de problemen aan?
Vele mensen deden aan het onderzoek mee en beschreven hoe zij de seksualiteit beleefden. Bij het doorlezen van de aantekeningen valt op dat er grote onderlinge verschillen bestaan. Er zijn mensen die door hun moeilijkheden de moed zijn kwijtgeraakt, verbitterd zijn geraakt en het contact met hun partner voor een groot deel verloren hebben. Maar er zijn ook anderen die ondanks alle moeilijkheden gezocht hebben naar een uitweg, een compromis tussen wat ze zouden willen en wat ze konden.

In dit hoofdstuk zullen we ons vooral bezighouden met de ervaringen van deze laatste groep, omdat daarvan het meest geleerd kan worden.

Gelukkig is de groep mensen die een oplossing zocht en vond heel groot. De seksualiteit is in het leven van de meeste mensen - ook als ze gezond zijn - een moeilijke opgave. Een
seksuele relatie opbouwen zodanig dat beide partijen er voldoening aan beleven en er tevreden mee zijn is geen eenvoudige zaak. Als een van de twee te maken krijgt met een langdurige ziekte wordt deze opgave moeilijker, want de verhouding tussen geven en nemen verschuift en een evenwicht is slechts met moeite terug te vinden.

Relatie-aspecten
Openheid
Als na het ontstaan van de ziekte de seks niet meer zo kan plaatsvinden als voorheen, is het heel belangrijk dat beide partijen daarover met elkaar kunnen praten. Dit klinkt eenvoudig, maar dat is het niet. Het praten over je seksleven, over wat je fijn vindt, hoe je eens op een andere manier met elkaar naar bed zou willen, wat je partner kan doen om je klaar te laten komen, dat zijn dingen waar veel mensen niet zo gemakkelijk over praten. Vaak komt dat door de opvoeding. De seksualiteit hoort erbij, maar het is meer iets om te doen dan iets om over te praten. Maar anders ligt dat als er problemen komen: als er iets is waar je geen vrede mee hebt of als je merkt dat je partner het ergens niet mee eens is. Als je niet gewend bent om met je partner over je seksleven te praten vraagt het nogal wat moed om erover te beginnen.


Een vrouw van 31 vertelt hierover: "In de eerste jaren van ons huwelijk hadden wij een hele fijne relatie, ook seksueel. Mijn man begreep vanzelf wat ik wilde en ik wist dat ook van hem. Omdat wij altijd op een nogal stevige manier met elkaar naar bed gingen, met stoeien enzovoort, veranderde er veel toen ik reuma kreeg. Hij zag wel dat hij mij pijn deed tijdens het vrijen en hij trok zich terug. Vroeg er minder om. Ik miste het heel erg en had ook het gevoel dat we elkaar minder te zeggen hadden, dat we niet meer echt bij de gesprekken betrokken waren. Op een goed moment ben ik er toen over begonnen. Het bleek dat hij er ook mee zat, maar zweeg omdat hij mij er niet mee wou belasten. We hebben het toen op andere manieren geprobeerd. Het beste lukte het op onze zij. Ik merkte ook dat hij zijn best deed om voorzichtig te zijn. Hij kwam er geleidelijk achter dat seks best kon, maar niet zo wild meer als vroeger."

En een ander: "Het praten met mijn man is belangrijk. Seks kan op sommige dagen wel en op andere niet; op de dagen dat het niet kan, gebruiken we onze handen en mond. Vroeger wachtte ik maar af wat er gebeuren zou, maar ik kan hem nu heel goed zeggen wat ik wel en wat ik niet kan. Ik kan ook niet zeggen dat onze verhouding minder is geworden. Eerder opener. Het gekke is dat hij ook meer tegen mij zegt wat hij fijn vindt. Pornoblaadjes inkijken bijvoorbeeld, dat doet hij nu samen met mij. Vroeger wilde hij dat ook, maar hij durfde er niet over te praten."

Een man met de ziekte van Bechterew merkt op: "Ik vind seks fijn, maar het is zo moeilijk om boven te liggen. Ik merkte zelf dat ik niet meer zo gauw initiatief nam, de pijn houdt je tegen. Mijn vrouw begreep het niet, dacht dat ik geen belangstelling meer voor haar had. Onze relatie vůůr ik ziek werd was namelijk zo dat het begin altijd van mij kwam. Zij vond het fijn, maar liet niet merken wanneer ze wilde. Toen ik dus niet meer zo kon als vroeger, ben ik er met haar over begonnen. Ik heb haar gezegd, dat ik graag met haar wou vrijen, maar het liefst liggend op mijn rug. Dat betekende dat zij dan de actiefste zou zijn. Het praten erover was moeilijk, omdat mijn vrouw geremd was en zich bovenop mij eigenlijk niet op haar plaats voelde. Later werd het gemakkelijker. Toch is het nu nog zo dat mijn vrouw de actievere is, terwijl ze vroeger altijd zo afwachtend was."

Tegen elkaar zeggen hoe je tegen de seks aankijkt, aangeven wat je wel en wat je niet aankunt, betekent dat je je eigen remmingen moet doorbreken en die van je partner.

Het vertrouwen in elkaar
Als ťťn van de twee reuma heeft en daardoor op seksueel gebied minder dan vroeger kan opbrengen terwijl de ander er behoefte aan heeft op dezelfde wijze seksuele intimiteiten te hebben als vroeger, kunnen er spanningen ontstaan. De seksualiteit is een spel van geven en nemen; als het goed is wisselen geven en nemen elkaar af. Bij langdurige ziekte van ťťn van de twee kan bij de partner het gevoel ontstaan dat het alleen nog maar een kwestie is van geven en dat er weinig meer terugkomt. Er kan een zekere wrevel ontstaan die niet gemakkelijk geuit wordt, maar die vaak leidt tot een houding van onverschilligheid of berusting van de kant van de partner.


Een aantal patiŽnten zegt dan ook dat ze, na het ontstaan van de ziekte, langzamerhand van hun partner vervreemd zijn en dat men elkaar alleen nog maar verdraagt. Wil je niet in dit dilemma blijven steken, dan is het belangrijk dat jij en je partner vertrouwen in elkaar hebben. Deze medaille heeft twee kanten (anders kan van vertrouwen geen sprake zijn).

In de eerste plaats het vertrouwen dat de zieke moet kunnen hebben dat de partner redelijk zal zijn. Dit betekent dat de gezonde de zieke niet zal dwingen tot seksueel contact. De zieke moet weten dat de partner hem/haar niet onder druk zal zetten tot het hebben van seksueel contact op tijdstippen dat de pijn erg is.

Een vrouw zegt hierover: "Als mijn man zag dat ik pijn had, schikte hij zich daarnaar; andersom als hij hoofdpijn had of zo, dan begreep ik dat best. Dat heeft bij ons niet tot moeilijkheden geleid, omdat een indicatie van pijn automatisch leidde naar: dan maar een andere keer. Ik heb ook niet altijd pijn, nee, ik voel me hierin niet beknot."

En een ander: "Mijn man en ik hebben dit uitvoerig met elkaar besproken. Er zijn ook wel dagen dat ik te veel pijn heb om te vrijen, maar op andere dagen kan het wel. Hij zegt daarover: "Ik pas me aan, aan wat jij kan. Nu heb jij het gekregen, maar ik had het net zo goed kunnen krijgen, dan had jij je aan mij moeten aanpassen."

Een andere vrouw zegt het nog duidelijker: "Als de partners niet samen de problemen kunnen oplossen, komt dit meestal door het egoÔsme van een van beiden. De gezonde moet niet te veel willen, maar de patiŽnt moet niet te zielig doen en zichzelf erg beklagen."

Als de gezonde partner te veel vraagt van de patiŽnt en regelmatig eigen wensen doordrukt, ook op momenten dat dit de patiŽnt eigenlijk te zwaar valt, wordt het voor deze heel moeilijk om genegenheid en warmte te blijven voelen voor de partner.

Het vertrouwen kan alleen ontstaan als de patiŽnt weet dat hij of zij op werkelijk moeilijke momenten ook op begrip kan rekenen. Het kan echter ook gebeuren dat de patiŽnt regelmatig het seksuele contact afwijst door bijvoorbeeld te zeggen: "Ik kan niet, ik heb te veel pijn," terwijl het eigenlijk met de klachten meevalt, maar hij of zij er gewoon geen zin in heeft. Als iets dergelijks langere tijd achter elkaar gebeurt, leidt dit bij de partner tot het gevoel dat op zijn of haar begrip wel een beetje te groot beroep wordt gedaan en dat de eigen wensen helemaal geen rol meer spelen. Dit kan - op langere termijn gezien - leiden tot rancune bij de gezonde partner die zich genomen voelt door de zieke. Dan ontstaat er een tekort aan vertrouwen bij de partner, omdat de ander te veel op zichzelf en de eigen wensen is gericht.

Een vrouw zei: "Ik geloof wel dat als je je niet meer kunt bewegen, dat het dan moeilijk is. Maar is het ook niet zo dat vrouwen die vůůr hun ziekte al een tik van frigiditeit hebben, dat dat dan erger wordt? Het lijkt mij vanuit mijn instelling moeilijk te geloven dat er mensen zijn die er niets aanvinden. Die hebben er volgens mij nooit wat aan gevonden. Want je blijft toch steeds naar een alternatief zoeken om het te kunnen doen, dus een houding die zo min mogelijk pijn doet zodat je er dus toch de lol van hebt."

En even later nog krachtiger:'"Mijn man weet heel goed wat reuma inhoudt en hij moet ontzaglijk veel voor mij opvangen. Dan zou ik het gemeen vinden om me als vrouw achter mijn ziekte te verschuilen. Als ik zeg dat ik niet kan dan weet hij ook heel zeker dat ik echt te moe ben."
Een andere vrouw zei hierover het volgende: "Als het mij te moeilijk gaat, laat ik het mijn partner gewoon merken door hem toch wel aan te halen en te strelen, maar ook te beloven dat het de volgende dag wel beter zal zijn en dan houd ik me de volgende dag rustig, omwille van de avond met hem.
En mocht het tijdens het vrijen voor mij te zwaar worden of te vermoeiend dan streel ik hem en doe ik bepaalde dingen waardoor hij tot een versneld orgasme komt. Ik geloof, en mijn man met mij, dat openheid tegenover elkaar het belangrijkst is. En de man of de vrouw moet de ziekte aanvaarden zoals die is. Dat kan als de zieke zelf naar wegen zoekt om de ander tevreden te stellen en zichzelf,"
Vooral dit laatste citaat is kernachtig. Als de patiŽnt weet dat er geen eisen zullen worden gesteld die hij of zij niet kan waarmaken en de partner weet dat met zijn/haar wensen als het maar enigszins mogelijk is rekening wordt gehouden, is de vertrouwensbasis aanwezig.

Technische aspecten
Hieronder komt een aantal concrete problemen aan de orde en worden verschillende manieren beschreven om deze problemen aan te pakken. Nogmaals wil ik zeggen dat deze technische oplossingen veel minder belangrijk zijn dan de punten die hierboven besproken werden. Als de vertrouwensbasis niet wordt opgebouwd kan de beste techniek geen oplossing bieden.

Wanneer vrijen
Toen je nog niet ziek was hadden jij en je partner misschien een voorkeur voor een bepaalde tijd van de dag om met elkaar te vrijen. Het kan zijn dat dit nu juist niet de beste tijd is, bijvoorbeeld omdat je je moe voelt. Het is dan het beste om naar een ander tijdstip te zoeken.

Een man met reuma zei hierover: "In vroegere dagen gingen mijn vrouwen ik altijd 's avonds met elkaar naar bed. Later werd dit te vermoeiend, ik kon het haast niet meer opbrengen. Gelukkig is het 's morgens beter met mijn vermoeidheid. Ik heb de laatste tijd meestal 's morgens seks. Mijn vrouw vond dat eerst een vreemde tijd, maar nu vindt ze het prettig dat we weer regelmatig contact hebben:
Het is niet zo dat de ochtend voor iedere reumapatiŽnt de beste tijd is, velen voelen zich 's morgens juist erg stijf. Een algemene regel is hiervoor niet te geven; de beste tijd om te vrijen is die periode van de dag waarin je je het prettigst voelt; dat is een gegeven dat van patiŽnt tot patiŽnt verschillend kan zijn.

Het pijnprobleem
Voor vele patiŽnten met reuma is pijn een echte sta-in-de-weg voor de seksuele intimiteit. Als je pijn hebt is het heel moeilijk om plezier aan het vrijen te beleven. Verschillende patiŽnten houden hier bij het innemen van medicijnen rekening mee.
Een man (30 jaar) vertelt: "Als ik merk dat mijn vrouw wat van me wil, doordat ze bijvoorbeeld extra aanhankelijk is, houd ik daar rekening mee. Ik heb namelijk nogal veel pijn en als ik pijn heb wordt het in bed niet veel. Dus wacht ik met het innemen van pijnstillende middelen tot ongeveer een uur voor we naar bed gaan. Dat gaat het beste en dan kan ik er toch wat van maken. Ik denk niet dat mijn vrouw ooit gemerkt heeft dat ik dat zo regel met mijn medicijnen."
En een vrouw zegt hierover: "Ik heb bij het vrijen doorgaans nogal veel pijn en dat remt me af. Maar als ik van tevoren een of twee glazen cognac gedronken heb, heb ik er minder last van. Wij drinken normaal gesproken niet veel alcohol. Als ik mijn man dus de cognacfles zie pakken om samen een glaasje te drinken, dan weet ik hoe laat het is (lacht). Omgekeerd schenk ik ons ook een glas in als ik er zelf zin in heb."

Rustig de tijd nemen
Als je reuma of Bechterew hebt, kun je je activiteiten niet meer zo vlot doen als voorheen. Dat geldt ook voor de seks.
Verschillende patiŽnten merken op dat "een vluggertje" er niet meer bij is; men moet nu, meer dan vroeger, de tijd nemen om seksueel contact met elkaar te hebben.
Een man geeft aan: "Ik heb gemerkt dat ik de seksualiteit beter kan beleven als ik van tevoren rustig aan doe. Fijn wat ontspannen. Ook neem ik van tevoren meestal een douche. Dat maakt je spieren soepel en dan kun je gemakkelijker bewegen. Ik vind het prettig als ik me wat vrijer kan bewegen als ik met mijn vrouw naar bed ga."
Een ander merkt op (een vrouw ditmaal): "Wij hebben er nu meer tijd voor nodig om met elkaar naar bed te gaan. Het gebeurt wel eens dat ik te moe word als mijn man bij me is of dat ik te veel pijn krijg. Dan stoppen we er een poosje mee en dan beginnen we daarna weer. Dat is allemaal heel anders dan vroeger. Gelukkig voelt mijn man mij goed aan."
Een man die klein behuisd is en die grote kinderen thuis heeft, zegt dat hij zich vaak gestoord voelt door de drukte. "Vroeger, toen ik nog geen reuma had, trok ik me daar niet veel van aan; een nummertje maken, dat lukte toch wel. Nu heb ik echt eerst ontspanning nodig. ja, dat vind ik echt moeilijk onder deze omstandigheden."
Misschien zul je al lezende het gevoel krijgen dat de spontaniteit ver te zoeken is: pillen slikken, douchen, rusten vůůr het tot seksuele intimiteit komt. Aan de andere kant zit juist in deze voorbereiding ook een element van liefde. De zieke tracht in zo'n conditie te zijn dat hij of zij het de partner naar de zin kan maken. Voor de partner betekent dit vaak een troost en een tegenwicht voor de momenten waarop de klachten zo hevig zijn dat hij of zij van eigen wensen moet afzien.

In de stemming komen
vele patiŽnten geven aan dat ze het moeilijk vinden om in de stemming te komen. Als dit eenmaal gelukt is, gaan ze het vanzelf fijn vinden en meestal is er wat het klaarkomen betreft geen verschil met vroeger.
Een man (42 jaar): "Mijn vrouw vindt het fijn om met mij naar bed te gaan. Nu ik reuma heb, heb ik wat minder behoefte. Zij begint dus meestal (vroeger was dat andersom) en vaak heb ik eerst geen zin. Mijn penis wordt langzaam stijf, maar als ik eenmaal zo ver ben, krijgt ik de zin echt te pakken en meestal kom ik klaar."
Een vrouw (34 jaar): "In het begin vind Ik het niet fijn, maar tegen het einde van het samenspel is het altijd fijn en krijg ik een orgasme."
Een andere vrouw kent dit probleem ook en pakt het zo aan: "De zin in seks moet vaak opgewekt worden. Door het drukke leven is er geen tijd om 's avonds in de stemming te komen. Wij doen dat door het lezen van pornoboekjes met plaatjes."
Een man zegt dat hij dit dode punt ook heeft, maar dat het hem helpt als zijn vrouw prikkelende kleding draagt. Als hij zijn vrouw pikant gekleed ziet lopen, komt de zin vanzelf. Ook bij dit echtpaar voelen man en vrouw elkaar goed aan; de vrouw weet precies hoe ze hem door haar verschijning prikkelen kan en voor deze twee past dit in het spel van geven
en nemen dat de seksuele relatie nu eenmaal is.

De prettigste houding
Natuurlijk zal de seks het prettigst beleeft worden in een houding waarin de patiŽnt geen of maar heel weinig pijn heeft. Dat betekent vaak dat je samen met je partner moet zoeken naar een goede houding. De beste houding betekent: jullie beste houding, en dat kan anders zijn dan de houding waarbij een ander paar zich prettig voelt.
Een vrouw vertelt hierover: "Je zoekt vanzelf de houding die het minst pijnlijk is. Voor mij is dat als ik op mijn rug lig, en mijn man op zijn zij. Ik met twee benen over hem heen."
Weer anderen vinden een andere houding prettig, bijvoorbeeld zijligging in bed.
Voor mannen met rugklachten kan het prettig zijn om op hun rug te liggen met de vrouw als actieve partij erboven.
Een man met reuma vermeldt nog: "Voor mijn operatie had ik een sterke flexie van de knieŽn. Wij legden onder beide knieŽn dan een kussen, zodat bij het bewegen de knieŽn niet konden doorzakken, want dat doet heel veel pijn". En verder: "Als je reuma actief is, doen alle gewrichten pijn als ze in beweging komen. Daarom kun je beter een wat harde ondergrond nemen, omdat de gewrichten dan minder in beweging komen. Ook is het prettig als je partner dan wat actiever is, zodat je zelf niet zoveel hoeft te bewegen."

Andere technieken
Behalve de seksuele samenleving zijn er natuurlijk andere manieren om seksueel contact met elkaar te hebben.
Een vrouw meldt: "Ik heb bij de seksuele samenleving nooit een orgasme kunnen bereiken. Later merkte ik dat het wel kan als mijn man zijn vinger gebruikte of zijn tong. Ik kon dan wel een orgasme krijgen. Dit is voor ons gewoon geworden. Het heeft niets te maken met het feit dat ik reuma heb."
Voor vele patiŽnten zullen er wel perioden zijn, waarin het reumatisch proces zo actief is dat de samenleving te pijnlijk zou zijn.
Een man meldt eenvoudig: "Als het met de coÔtus niet goed gaat, gebruiken wij onze handen. Mijn vrouw voelt goed aan wat ik wel en niet op kan brengen, gelukkig. Voor ons is dat geen probleem."

Een groot aantal mannen en vrouwen geeft aan dat het in perioden van pijn meestal wel haalbaar is om elkaar met de hand te bevredigen. (Je hebt dan geen last van het lichaamsgewicht van de partner, er wordt niet tegen pijnlijke gewrichten aangestoten, je kunt gemakkelijk van houding veranderen, enz.) Velen vertellen dan ook dat ze in slechtere perioden seksueel contact hebben via het elkaar strelen met de handen of mond en dat er op "betere dagen" wel samenleving kan plaatsvinden. PatiŽnt en partner hebben tijd nodig om op elkaar ingespeeld te raken en elkaars behoeften en mogelijkheden aan te voelen.
Tot slot nog de reactie van een 52-jarige vrouw: "De mensen zouden eens moeten leren hoe prettig het is om te vrijen zonder samenleving te hebben. Ik wist het vroeger ook niet, maar door mijn ziekte ging het op de gewone manier niet meer en toen zijn wij gaan experimenteren en daar ben ik heel tevreden mee.'

In 1998 is opnieuw onderzoek gedaan naar seksuele problemen. In dit geval is dat bij mensen met reumatoÔde artritis. Dit onderzoek werd door het Nederlands Instituut voor Sociaal Seksuologisch Onderzoek (NISSO) uitgevoerd in samenwerking r met het Academisch Ziekenhuis Groningen en het Medisch Spectrum Twente. De onderzoekers vroegen zich af in hoeverre mensen met reumatoÔde artritis seksuele problemen hebben en of ze daarom meer behoefte hebben aan specifieke informatie over seksualiteit.

Worden de seksuele problemen beÔnvloed door de ernst van de ziekte of door psychosociale
factoren? Zijn ze door de ziekte anders gaan vrijen? Onder seksuele problemen verstonden de onderzoekers:
Minder verlangen naar vrijen, minder opwinding, minder orgasmen, minder gevoel bij het vrijen en een negatieve houding tegenover seks.

Voor het onderzoek vulden 68 mannen en 144 vrouwen met reumatoÔde artritis vragenlijsten in, en sommigen zijn door de dokter onderzocht om na te gaan hoe ernstig de ziekte op dat moment was. De meeste deelnemers waren heteroseksueel en hadden een partner. Verder kwam uit het onderzoek naar voren dat mannen en vrouwen met reumatoÔde artritis minder vaak met elkaar vrijen en zich minder vaak zelf bevredigen dan gezonde mannen en vrouwen. Zij gaan niet alleen minder vrijen, maar ook anders.
De houding waarbij de patiŽnt bovenop ligt is het meest pijnlijk. Zowel mannen als vrouwen gaan daarom bij de het vrijen wat vaker naast of achter elkaar liggen. In het algemeen zijn mannen en vrouwen met reumatoÔde artritis, evenals gezonde mensen, matig tevreden over hun seksuele leven.

Mannen met reumatoÔde artritis hebben meer seksuele problemen dan gezonde mannen, des te meer naarmate ze zich lichamelijk en psychisch niet goed voelen en naarmate ze langer ziek zijn. Als de seksuele relatie verslechtert krijgen mannen vaker problemen met opwinding en klaarkomen en stijgt de onvrede over het seksuele leven. Ruim eenderde van de mannen met reumatoÔde artritis wil graag meer informatie over de invloed van de ziekte op het seksleven, over geschiktere manieren van vrijen en vooral over de invloed van medicijnen.
Eenderde van de mannen heeft soms of vaak behoefte aan hulp voor seksuele problemen.
Vrouwen met reumatoÔde artritis hebben minder seksuele problemen dan gezonde vrouwen. De afname van interesse voor seks heeft bij vrouwen niet zo zeer te maken met de ziekte, maar meer met het ouder worden.
Bij jonge vrouwen met reumatoÔde artritis kan door de ziekte een afkeer voor seks ontstaan.
Vrouwen met deze ziekte vinden het moeilijker om in de stemming te komen, de seksualiteit is minder belangrijk geworden. Zij geven vaker dan mannen aan wat ze wel en niet prettig vinden tijdens het vrijen en ze vrijen vaker om hun partner een plezier te doen. Als de relatie verslechtert keren vrouwen zich van de seksualiteit af en zijn ze minder tevreden over hun seksuele leven.
Een kwart van de vrouwen met reumatoÔde artritis wil graag meer weten over de invloed van de ziekte op de seksualiteit, over betere manieren van vrijen en over de invloed van medicijnen. Eťn vijfde heeft soms of vaak behoefte aan hulp voor seksuele problemen.
De conclusie van het onderzoek was dat reumatoÔde artritis het seksueel gedrag in negatieve zin beÔnvloedt, maar dat dit vooral bij mannen tot problemen leidt. Bij hen hangen seksuele problemen samen met lichamelijk en psychisch functioneren en met ziekteduur; bij vrouwen hangen deze problemen samen met de leeftijd. Het blijkt nodig om informatie over seksualiteit te geven, en gerichte seksuele hulpverlening moet vooral voor mannen beschikbaar zijn.

Ondanks de openheid van de afgelopen jaren vinden velen het nog steeds moeilijk om met buitenstaanders over hun seksualiteit te praten. Als er problemen zijn op dit gebied kan het veel moeite kosten ze ter sprake te brengen. Dat geldt ook voor de patiŽnt die een seksueel probleem met de reumatoloog wil bespreken.
Artsen voelen vaak een zekere schroom om naar dit persoonlijke aspect te vragen en laten het aan de patiŽnt over om dit onderwerp ter sprake te brengen. Als je dan als patiŽnt de moed die hiervoor nodig is niet kunt opbrengen, blijft het onderwerp onbesproken en lijkt het of er geen problemen zijn.

Daarom wil ik tot slot nog het volgende opmerken: als je
vragen of problemen hebt op dit gebied, wacht dan niet af, maar begin er zelf over en stel de dokter van de moeilijkheden op de hoogte. Zo kunnen we op den duur bereiken dat het onderwerp seksualiteit een deel van het leven wordt waarover wij vrij met elkaar van gedachten kunnen wisselen en waarover we, bij eventuele moeilijkheden, het advies van medewerkers uit de gezondheidszorg kunnen vragen.

Dit is een bewerking van een voorlichtingsfolder van het Reumafonds.