Zie ook hyperventilatie en COPD (chronische bronchitis en longemfyseem)

Home
Massage
Email
Haptonomie
Luisterlessen
Thema's
Hier doet het pijn
Ontspandag
Disclaimer
Inspanningsastma
Inleiding
Ademhalen gaat bijna altijd `vanzelf'. Als het goed is, merk je daar niets van. Terwijl er per dag toch zo'n 10.000 liter lucht de longen in- en uitgaan. Als je hardloopt, regelt het lichaam zelf dat je sneller en dieper gaat in- en uitademen. Bij een zware inspanning ga je `vanzelf' hijgen. Het lichaam kan dan meer zuurstof uit de ingeademde lucht opnemen en meer koolzuurgas (afbraakproduct van de energielevering) uitademen. Alleen op deze manier kan de `chemische fabriek`, die het lichaam eigenlijk is, goed blijven werken. Bij een flinke verkoudheid merk je vaak pas hoeveel moeite ademhalen kan kosten. In de regel duurt een verkoudheid niet langer dan een paar dagen. Als de moeilijkheden met ademhalen steeds terugkomen, is dat niet normaal. Zeker niet als het hijgen veel langer aanhoudt dan bij anderen die dezelfde training afwerken en als het overgaat in "piepen". Wordt dat nou veroorzaakt door een slechte conditie of door iets anders? Hieronder volgt een verhaal van een atleet.

Voorbeeld
Een 25-jarige atleet klaagt over kortademigheid en `piepen` tijdens de hardlooptraining. Hij vindt dat raar, want hij doet al jaren aan atletiek en heeft tot voor Ż jaar nooit klachten gehad. Een Ż jaar geleden is hij van de 800m-1500m overgestapt naar de 5.000m, waarvoor hij veel tempolopen van 2-3 km loopt. Hij kan niet geloven dat zijn conditie voor deze afstand tekort schiet en hij gaat met deze klacht naar zijn huisarts. Bij lichamelijk onderzoek wordt niets vreemds over de longen gehoord en blijkt de atleet volkomen gezond. De huisarts vindt het verhaal echter zo typisch voor inspanningsastma, dat hij zijn patiŰnt medicijnen (in dit geval Ventolin) voorschrijft die zo'n 15 minuten voor aanvang van het hardlopen ingeademd moeten worden. Dit medicijn helpt geweldig en de klachten treden niet meer op.

Inspanningsastma
Inspanningsastma kan optreden na een zware inspanning die minstens 5 minuten volgehouden wordt. Zeker als er hardgelopen wordt in een koude, droge lucht, treden de klachten sneller op. De sporter blijft dan lang nahijgen, kan gaan hoesten en zelfs 'piepen" bij de uitademing. Meestal houden de klachten zo'n 5-15 minuten na de inspanning aan. Soms treden deze klachten echter pas uren na de training op. Het is bekend dat inspanningsastma vaker optreedt bij mensen die allergisch zijn (geweest). Denk hierbij aan mensen die in hun jeugd eczeem hebben gehad of bekend zijn (geweest) met astmatische bronchitis. Zo'n 3-4 % van de Nederlandse bevolking heeft een aangeboren aanleg waarbij de kleine luchtwegen op bepaalde prikkels (sterk) kunnen vernauwen. Bij inspanningsastma reageren de luchtwegen vooral op een sterk verhoogde in- en uitademing ('hijgen'), een lage temperatuur en een lage vochtigheidsgraad van de ingeademde lucht. Het is niet zo, dat mensen waarbij de aanleg voor inspanningsastma is geconstateerd, in de toekomst ook de 'gewone` astmatische bronchitis zullen ontwikkelen. Het omgekeerde is (bijna altijd) wel het geval. Als mensen bekend zijn met astmatische bronchitis, kan lichamelijke inspanning bij hen de aanleiding zijn tot een aanval van inspanningsastma.


Wat te doen bij inspanningsastma?
Natuurlijk is het lastig als je een vorm van inspanningsastma hebt. Het handigst is om binnen de atletiekbeoefening nummers uit te kiezen, waarbij er geen klachten op zullen treden. Het zal iedereen duidelijk zijn dat je bij de gebruikelijk training voor de werp-, sprint- en springnummers geen last zult krijgen van inspanningsastma. Nogmaals: om klachten van je aanleg tot inspanningsastma te krijgen is het noodzakelijk om langer dan 5 minuten achter elkaar met een hoge intensiteit te trainen. Vaak zal echter pas in de praktijk van de training blijken of een sporter klachten krijgt van de luchtwegen die door inspanningsastma veroorzaakt worden. Niet iedereen wil of kan dan nog van nummer veranderen.

Wat kun je zelf doen om zo min mogelijk klachten te krijgen?
Je kunt zelf de klachten van inspanningsastma zoveel mogelijk voorkomen door de volgende richtlijnen op te volgen:
-Sport zoveel mogelijk in een warme, vochtige omgeving. Moet je toch in een koude omgeving sporten, probeer dan een sjaal voor de mond te dragen en blijf zolang mogelijk door de neus ademen.
-Voer een goede warming-up uit, omdat gebleken is dat hierna gedurende Ż - 1 Ż uur een verminderde neiging zal bestaan tot een vernauwing van de luchtwegen. Ook in de warming-up moet niet langer dan 5 minuten achter elkaar hardgelopen worden. Een korte onderbreking bijvoorbeeld voor het uitvoeren van rekoefeningen is aan te raden.
-Bekijk samen met je trainer of het mogelijk is om de training aan te passen. Zo kan het helpen om met een lagere intensiteit te trainen of om de lange tempo training te vervangen door korter intervalwerk.

Welke medicijnen helpen goed?
Als bovenstaande richtlijnen niet helpen, kunnen medicijnen uitkomst bieden. Als de juiste medicijnen zo'n 15 minuten voor aanvang van de sport beoefening ingeademd worden, voorkomen ze de aanval. Medicijnen die goed werken bij inspanningsastma zijn Ventolin (Salbutamol), Alupent (Orciprenaline), Bricanyl (Terbutaline) en Lomudal (Cromoglicaat). Deze medicijnen zijn volgens de richtlijnen van de IAAF dopingreglementen toegestaan, mits ze per "inhalator" gebruikt worden; dus alleen als ze ingeademd worden. `Slikken` van deze medicijnen is dus verboden, maar dat is ook niet nodig om inspanningsastma te voorkomen.

Beschouwing
Het hoeft niet altijd gebrek aan conditie te zijn als een atleet na een intensieve inspanning van meer dan 5 minuten langer blijft hijgen dan zijn trainingsmaatjes. Zo'n 3-4 procent van de Nederlandse bevolking heeft een aangeboren aanleg om in zo'n situatie te reageren met inspanningsastma. Eenvoudige maatregelen zijn vaak al voldoende om het ontstaan van een aanval van inspanningastma tegen te gaan. Soms zijn hier echter medicijnen voor nodig, die dan zo'n 15 minuten voor aanvang van de sportbeoefening ingeademd kunnen worden.


Dit is een bewerking van een artikel van Els Stolk, bondsarts KNAU